Water, lucht en het leefmilieu zijn van iedereen: filosoof Lieven De Cauter op Human(art)istic Festival 2019

Festival 2019
Foto: © greenpeace.be

Filosoof en activist Lieven De Cauter zal op woensdag het forum Stadsactivisme en de commons inleiden met een uiteenzetting over dat laatste fenomeen. We belden hem op voor een voorproefje – even oefenen, zeg maar. “Als we willen nadenken over de commons, moeten we ons eerst verbazen over hoezeer het idee van gemeengoed is weggebrand uit onze verbeelding.”

De ‘commons’, wat is dat eigenlijk?

“Stel je voor dat de staat of een multinational morgen beslist dat zij de lucht bezitten, en dat iedereen moet betalen om te mogen ademen. Dat klinkt absurd, maar als je erover nadenkt, is dat exact wat al eeuwenlang gebeurt: de kapitalistische privatisering van gemeengoed als water, olie, land. Het idee van gemeengoed, van de commons, is daardoor stilaan verdwenen uit ons collectieve geheugen.”

“In de Magna Charta stond nog dat iedere burger op de gronden van de koning hout mocht gaan sprokkelen en bosvruchten mocht gaan plukken. De commons stonden dus los van bezit: land en middelen konden wel in handen zijn van een dorp of een individu, maar iedereen had gebruiksrecht op de bossen. Vandaag denken we in termen van: ofwel publiek, ofwel privé. Nochtans zijn de oceanen, de taal, de cultuur allemaal gemeengoed. Als we willen nadenken over de commons, moeten we ons eerst verbazen over hoezeer het idee van gemeengoed is weggebrand uit onze verbeelding.”

"De globale, universele commons zijn water, lucht, ons leefmilieu. Hoe kunnen we die beschermen tegen de roofbouw van het kapitalisme en het consumentisme?"

Waarom zijn de commons vandaag zo relevant?

“Nadenken over de commons klinkt misschien als een abstracte, filosofische oefening, maar in feite is het net heel actueel: denk maar aan de klimaatspijbelaars. De globale, universele commons zijn water, lucht, ons leefmilieu. Hoe kunnen we die beschermen tegen de roofbouw van het kapitalisme en het consumentisme? In feite is dat wat de spijbelaars vragen. Bovendien zijn die commons te belangrijk om te wachten tot we het er allemaal over eens zijn dat de logica van de groei en innovatie vervangen moet worden door een circulaire economie. De wetenschap vertelt ons zwart op wit dat we op rampscenario’s afstevenen als we niet heel dringend ingrijpen. De spijbelaars eisen daarom, buiten ideologische overtuigingen om, dat er met urgentie een pakket concrete maatregelen komt.”

Je hebt het over de globale commons, maar veel van de projecten die we op Human(art)istic te zien krijgen, gaan over de commons op stadsniveau. Hoe zit het daarmee?

“De architectuur van een stad kun je ook zien als een gemeengoed: de leefbaarheid van een stad is immers afhankelijk van hoe architectuur en infrastructuur er vorm aan geven. Stadsactivisme gaat vaak om het reclaimen van openbare ruimtes. Denk maar aan de strijd om de terrassen te weren en de bankjes te behouden op de Place Sainte-Catherine in Brussel, een strijd die de jongeren gewonnen hebben – althans in een eerste fase. Nu zet de gentrificatie en commercialisering zich door: alle horecazaken zijn overgenomen door ketens.”

“De keerzijde van stadsactivisme is inderdaad dat het vaak hand in hand gaat met gentrificatie. Het is een steeds terugkerende dialectiek: een hippe bende claimt een plek en maakt die interessant, er ontstaat een buzz rond de buurt, en voor je het weet schieten de prijzen omhoog en kunnen de oorspronkelijke bewoners en gebruikers er niet meer terecht. Kijk maar naar het centrum van steden als Brussel, Brugge, Amsterdam: je vindt er identiek dezelfde ketens en winkels, er is niets eigen meer aan.”

"Helaas kiest Brussel vandaag volop de kaart van het spektakel: het centrum wordt een festivalstad, met Winterpret als absoluut dieptepunt."

“Die balans behouden is een bijzonder moeilijke oefening: hoe vermijd je leegstand en gettovorming, zonder over te gaan naar het extreem van gentrificatie, massatoerisme en verpretparking? Misschien ben ik voluntaristisch naïef in mijn hoop dat bouwmeesters, politici en anderen die dit soort processen begeleiden, kunnen stilstaan bij hoe ze een stad kunnen maken voor de bewoners, niet alleen voor de toeristen en de shoppers. Dus niet zoals voormalig Brussels schepen voor economie Marion Lemesre, met haar campagne enkele jaren geleden: ‘In het hart van Brussel voel je het jouwe kloppen, vooral in de winkels.’ Helaas kiest Brussel vandaag volop de kaart van het spektakel: het centrum wordt een festivalstad, met Winterpret als absoluut dieptepunt. Anderhalf miljoen bezoekers, dat is voor de bewoners niets dan ergernis en overlast.”

In tijden als deze, wanneer de ene catastrofe na de andere op ons af lijkt te komen, kan het lastig zijn om de strijdbaarheid te behouden. Het lijkt alsof we als individu nauwelijks impact hebben. Hoe hou jij dat vol?

“Mijn leuze is: ‘Pessimisme in de theorie, optimisme in de praktijk’. Ik kan heel wat voorbeelden opsommen van kleine, lokale acties die wel degelijk impact gehad hebben. Denk maar aan Law Train, het project waarbij de KU Leuven samenwerkte met de Israëlische politie. Na onze protesten is dat project stopgezet. En dan zijn we ook weer terug bij de klimaatspijbelaars: die beweging verspreidt zich nu als een golf door Europa. Het effect: het klimaat wordt bij uitstek het belangrijkste thema in de Europese verkiezingen dit voorjaar.”

Naar het forum Stadsactivisme en de commons